Het wel en wee in Paraguay




Laat mij beginnen met te vermelden dat Yannick en Wouter op dit eigenste moment in hun opblaasbaar zwembadje zitten. Weet dus dat dit verhaal geschreven wordt op een luilekkere wijze (37 grados, cerveza). Dit gezegd zijnde:

Pantanal – Brasilia : verhaal van beestjes en zoveel meer

El 11 de diciembre:

Na een frisse morgen vol gynaecologische hoogstandjes, tijd voor impulsieve beslissingen. Na vlug wat te checken en wat rond te bellen, was er een mogelijkheid om in 4 dagen naar Brazilië te gaan en el parque Pantanal te bezoeken. Vlug de spuljes verzamelen en off we go. Na een 7 uur durende rit bereikten we de grens Paraguay-Brazilië, zijnde een straat. Je hoeft daar gewoon maar even de straat over te steken en je bent in een ander land, zelf hadden we het amper door. Na wat stress omtrent de openingsuren van de grensposten (stempels zijn een noodzaak, beste vrienden) konden we met een glimlach (en een rijkelijk gevuld stempelboekje) ons avondeten verorberen. Een lekker lekker Braziliaans maal smeekte ons het concept maagsap te leren kennen. Zo’n wens konden we uiteraard niet weigeren. We vulden de tijd met een boonanza’ke en Wouter slaagde er ook nog in tegen een uitstekend reclamebord te lopen, gevolg ‘een gabbe’. Wie zet er op die plaats nu ook een reclamebord, ze kunnen een klachtenbrief of negentien verwachten. Bon, terug op de bus, nog es 5 uur. Dus even de som: 12 uur bus, tijdsopvulling: Yannick+Tom=slapen, Wouter=boek verslinden (inderdaad moeke, je zoon is zich literair aan het bijschaven, helemaal alleen voor jou, omdat ik zoveel van je hou).

El 12 de diciembre:

Aankomst in Campo Grande. Troubles, troubles. We hadden namelijk op voorhand geboekt bij ‘Pantanal Discovery’, maar achteraf toch ontdekt dat het een beetje een dubieuze organisator is. Als een kip een ei is en een steen een boomstronk (eigen gezegswijzen uitvinden, moet kunnen), moest het nu wel passen dat de concurrent ons aan de terminal aansprak om ons te informeren omtrent zijn tour. Overtuigd? Heel vlug, enkel nog betalen. Tijdens het afhalen van het geld ter betaling sprak een man ons aan. “Hellow, Tom, Yannick and Walter?”, de man van Pantinal Discovery had ons gevonden, troubles, troubles, wat nu gedaan. Een normaal mens zou zich uitgeven voor een Piet, een Roger, een Jef, een Ronny, een Diego of wat dan ook. Helaas werkten de hersens van onze beste vriend Tom net iets trager: “Yes, sir, we are”. Met als gevolg dat we de man helaas moesten teleurstellen, met een verdrietige blik tot gevolg. Tom toch.

Vermoeid, maar toch vastberaden, begonnen we de tour. Eerst een bus en vervolgens een semi-safari jeep bracht ons naar ons kamp. Daar leerden we onze groepsleden kennen. De groep: 2 Britse koppeltjes, 1 Hollands koppeltje (jawel, balen) en 3 Belgische pagadders. De namen van onze reisgenoten of toch maar even terloops te vermelden (zinloze info is ook noodzakelijk in een verhaal): Sam and Lydia, James and Philippa, Aniek en jah, dien Hollander zijn naam hebben we precies vergeten te vragen.

Bleek een heel toffe groep te zijn, zelfs die Hollanders bleken echt effe harstikke toffe rakkers te zijn.

Enkele noodzakelijk vragen - citaten:

“Valt het mee om Hollander te zijn”: Ja

“James, you’re a butler?”: Hell no

Na we wisten dat Phillipa een pedicuristeke was: “Phillipa, what do you think of my feet”: F+ ugly

Sam tijdens de nachtelijke safari: “Johny, can we stop a moment, I really have to let the wee-wee out. Appreciate it, Johny”.

 

Na aankomst mochten we es de aanliggende rivier bezoeken met zijn lieftallige bewoners: kaaimannen. We hadden een prikkel en we stonden weer wild, een kaaiman stel je voor. Het moet gezegd zijn echt groot waren ze niet en overvloedig des te minder. Het doel: zo dicht mogelijk een kaaiman benaderen. Het maximum was een 2-tal meter. Ja, echte kaaiman-mannen waren we nog niet. Maar wees gewaarschuwd, beste lezer, o wee diegenen die ons onderschat in heldenmoed.

 

Weer een prikkel, opnieuw wild, deze maal voor onze nieuwe slaapplaats: de hangmatten.


El 13 de diciembre:

Baaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaalen, hangmatten, al goed en wel, maar een goede nachtrust was er niet aan verbonden, me dunkt. Yannick en Wouter slaagden er niet in hun favourite slaaphouding aan te nemen (Yannick: zijlig en Wouter: buiklig), Tom had echter geen problemen, daar zijn favourite houding de ik-lig-gewoon-op-mijn-rug pose is. Geen punt, opstaan bij zonsopgang, vlug een ontbijtje en klaar voor het echte werk. ’s Morgens was een jeeprit voorzien met verschillende stopplaatsen. Daar zagen we tonnen kaaimannen, bij zowat elk poeltje zitten er proportioneel met de grootte een deel kaaimannen. Eens een kind, altijd een kind, die overdonderende prikkel kwam weer boven. Nieuw doel: kaaimannen aanraken. En wat bleek: de kaaimannen (en ook de kaaivrouwtjes) bleken zodanig onder de indruk van onze imposante verschijning dat ze één voor één het hazenpad verkozen boven een confrontatie. Ons gehoopte kaaiman-vs-gozer gevecht bleef uit. O ja, we hadden ook wel andere mooie dieren gespot, vogels en zo.

Over de middag mochten de 3 gozers piranha’s vissen in el río Paraguay (uiteraard grapje van de Hollander: jullie kunnen je gewoon laten meedrijven naar huis, grapjas). We kregen een vislijn en vleesjes (aas) en vissen maar. Na een vriendelijke motivatie van onze gids Johny “Don’t be a chicking and go in the water”, durfden we ons in het vaarwater van de piranha’s te begeven. Onze gids was een man van weinig woorden, toffe peer, maar soms toch wat streng voor de drie poeslieve Belgen.

Volledig gefrustreerd zagen Yannick en Wouter toe hoe Tom erin slaagde 3 piranha’s op te vissen. Yannick en Wouter weigerden op te geven zich ondertussen bewust wordend van de brandende zon. Die lieftallige zon had die dag wrede plannen, zo bleek. Met zijn schijnheilige stralen boorde hij zich een weg door onze zo geliefde huidcellen. Na menige smeekbeden van dhr Wouter, weigerden de 2 vandalen de zonnecrème te halen. Wouter weigerde dit echter zelf ook te doen, want hij had nog een serieuze inhaalreis voor de boeg om die dekselse Tom in te halen. Resultaat: Tom=3 piranha’s en verbrand, Yannick = 0 piranha’s en verbrand, Wouter = 0 piranha’s en verbrand. Verbrand en verbitterd (Tom echter niet verbitterd) proefden we de piranha’s, best lekker.

In de namiddag was er een boottripje voorzien op el río Paraguay. Nu moet ik toch wel zeggen dat er daar paar heel stomme vissen waren en het spreekwoord ‘als een vis op het droge’ net iets te letterlijk namen. Sprong er daar wel zomaar even een vis op de schoot van Yannick. Yannick geen grote vissenfan kreeg vriendelijk de opdracht van de gids de vis op te rapen: “Take fish, don’t be chicken, it not bite”. Uiteindelijk kreeg onze held de vis te pakken.


Na een verfrissende boottocht gingen we plots ‘te wal’. “Now we walk, take shoes off”, gehoorzaam als altijd ontdeden we ons van onze sandalen en gingen we verder. “Now we look for snake, but always look ground”, met een krop in de keel ondergingen we deze nieuwe prikkel, schoor(bloot)voetend gingen we op zoek. Johny de gids liep al snel 100 meter voor ons uit. Terwijl de muggen zich vrolijk verorberden met ons kostbaar bloed volgden we. Plots zagen we in de verte een manneke springen en zwaaiend met zijn armen. Eerst dachten we gekke Johny doet weer eens gek, tot het ons begon te dagen dat we ons moesten haasten. Gekke Johny had een slang gespot, en niet de eerste de beste, een anaconda. Prikkel = aanwezig. Maar voor Johny ook, behendig als een bever (?) greep hij de anaconda bij zijn kopke (zie filmke). Met de logische fotosessie tot gevolg. Voldaan keerden we terug naar de jeep. De muggen verorberden rustig verder hun feestmaal.

Avondmaal: lekker.

Douche: genieten. Muggen douchten mee, minder genieten.

Nog één iets ontbrak: een jaguar. ’t Is te zeggen twee dingen: een jaguar en een anaconda van 12 meter. Die avond ging dat allemaal opgelost worden: een nachtelijke safari-tour. Op een brug stopten we met uitzicht op een grote plas en toen ging het licht uit. Honderden geel-groene oogjes staarden de verte in, de kaaimannen waren nog wakker, prachtig zicht. Als we onze blik naar boven richtten keken er wel miljoenen oogjes op ons neer. Vermoedelijk zijn we alledrie nog nooit zo rijkelijk bediend geweest met zo’n sterrenhemel, prachtig. Jaguar en anaconda van 12 meter helaas net gemist.

El 14 de diciembre:

’s Morgens een wandeling in de jungle. Waren aanwezig: aapjes, papegaaien, tucan, vosjes, wasbeertje, ander gevogelte, mieren en o ja muggen, muggen, muggen, muggen, muggen, muggen, muggen, muggen, muggen. Over die mieren toch nog een verhaal. Plots hielden we halt bij een gemuteerd ras van rode mieren, tis te zeggen, ze waren groot. Ommetekeer zegt die Johny tegen de Hollander (die waarvan we de naam nooit geweten hebben): “Eat it” en na aarzeling van de man-zonder-naam:”Don’t be chicken”. Johny’s eis sla je niet ongestraft in de wind, Johny nam zijn mes en stak die zonder aarzelen en met een grote behendigheid in het oog van de Hollander en verplichtte de man zijn eigen oog op te eten. Goed, excuses, ik liet me wat meeslepen. Na wat opdringerigheid en de verzekering van Johny  dat ze smaakten naar ‘lemon’ proefden we de mier. Wat vreemd, maar potjandorie de Johny had het bij het rechte eind: de levende mier smaakte inderdaad naar ‘lemon’. Met open mond staarden we naar ons idool: Johny de alwetende.

Na een kort middagmaal moesten we helaas terugkeren naar het vaderland Paraguay. Een innig afscheid met James, Philippa, Sam, Lydia, Aniek en de Hollander-zonder-naam kon uiteraard niet ontbreken.

Hierna zochten we onze weg naar ons idool: Johny. Een pracht van een gids, hoewel soms wat bot. Desondanks zijn we hem prachtdagen verschuldigd.

Graag zou ik nog mijn excuses willen aanbieden aan onze Nederlander, gek genoeg hebben we dus nooit je naam geweten. Hoewel je de eerste Nederlander was (uiteraard samen met het vrouwtje) waar we op deze reis fan van waren. Verdikke toffe peren.

Van aapjes

El 15 de diciembre:

All the way back home! Een lange reis, een korte uitleg. Om 5.45u op de bus gesprongen richting grens. Rond de middag kwamen we er aan. Om 13u hadden we volgende bus naar Asunción. Maar Paraguay zou Paraguay niet zijn moesten we geen problemen hebben. Na enige moeite kregen we onze stempel aan de Braziliaanse zijde van de grens, Paraguay was anderen koekenbak. 13u, grenspost gesloten, geen kat te zien, zelf geen stempelaar(ster). We slaagden er in het thuisadres van ‘la senora de las migraciones’ te bemachtigen en reden er met onze taxi heen (vreemd toch allemaal hé). Die had haar stempels niet bij (klinkt logisch), zelfs niet nadat we haar geld aangeboden hadden (klinkt niet logisch). Ons probleem was dat de volgende bus pas 9u later vertrok. Dit wilden we uiteraard vermijden. We besloten dus snel naar busstation te gaan en op de bus te springen. Ons stempelprobleem losten we daags nadien op in Asunción (de werknemers van ‘migraciones’ hier moesten ook eens lachen toen we vertelden dat alles gesloten was aan de grens). 13u op bus, 19.30u aankomst in Asunción, saaie busrit. 1 gevoel overheerste: honger… Doordat we weinig tijd en vooral geen geld meer hadden (inderdaad, Westerlingen kunnen zelf in Paraguay platzak zijn). hebben we die dag niet of nauwelijks kunnen eten. Snel naar huis, eten en slapen.

Make a Free Website with Yola.